De held van... Leon Simons

De held van... Leon Simons

In deze competitielozeperiode vragen we (oud)korfballers wie hun held is. Tegen wie keken zij op toen zij begonnen met korfballen, wie was hun voorbeeld? En wat passen ze toe in hun eigen spel en leven? Deze keer is het de beurt aan misschien wel de beste korfballer ooit: Leon Simons. Hij was vroeger gek van Mirelle Fortuin van Deetos en van zijn broers Erik en André Simons, die bij PKC speelden.

“Ik keek als klein jongetje niet veel naar de dames, maar zij sprong er wel écht uit. Mirelle was echt een kanjer. Het is altijd moeilijk om aan te geven wat je dan goed vond. Maar ik denk dat het gewoon indruk maakte dat zij zich zo makkelijk vrij kon spelen en kon scoren. Dat oogde zo makkelijk. Het was een speciale speelster om naar te kijken. Ze zette tegenstanders met gemak weg”, begint Simons.

Korfbalweekend
Simons sprong elke zaterdag en zondag op de fiets om korfbal te kijken. “Zaterdag ging ik bij PKC kijken, zondag bij Deetos. Dat waren de ploegen die je in die tijd wilde zien. Ik las laatst het artikel over de held van Michiel Gerritsen. Hij fietste zo'n 60 kilometer om Taco Poelstra te zien spelen. Ik zei nog tegen hem: jammer dat je niet 400 kilometer wilde fietsen, haha! Nee hoor, we dollen maar een beetje.”

“Maar ik ging als klein jongetje ook graag korfbal kijken. Ook omdat mijn broers Erik en André in het eerste speelden. Dat waren mijn helden dichtbij. Erik had een bizar afstandsschot. Hij schoot de bal in de zaal vaak door, of tegen de constructie van het dak. Soms zat hij dan ook nog, soms kregen we een uitbal tegen. Hij had daarnaast de mooiste doorloop en versnelling die ik heb gezien. Dat zie je nu, mede doordat het spel veranderd is, niet zoveel meer.”

Zijn broer André had andere kwaliteiten. “Hij kon geweldig verdedigen. Hij verdedigde de ballijn altijd geweldig vanaf de aangeef en liet aanvallers graag kiezen of ze moesten schieten of inspelen. Aanvallend kon hij tegenstanders met zijn bewegingen gek maken en totaal uit balans de bal er inschieten.”

Achteraf pas speciaal
Maar kopieerde Simons het spel van zijn broers? “Natuurlijk neem je dingen over van je broers, maar ik ben denk ik meer een mix. Ik lijk niet écht op één van de twee.”

“Of ik het bijzonder vind dat we allemaal in het eerste speelden? In die tijd was dat voor mij heel normaal. Aan het begin was het speciaal, maar daarna sta je er niet meer bij stil. Je wil winnen en prijzen pakken. Ik was totaal niet van het terugkijken. Als ik bij wijze van spreken met de beker in mijn handen stond, dacht ik alweer aan het volgende seizoen. Als ik nu weleens terugkijk, is het natuurlijk wel mooi en speciaal. Niet veel mensen hebben dat meegemaakt. Al zijn er wel voorbeelden. Bij LDODK heb je de broers Zwart en de Preuningers hebben het bij Fortuna mee kunnen maken.”

Kriek en Van Wijngaarden
Simons kijkt nu graag naar twee 'toppers in wording': Anna Kriek en Olav van Wijngaarden. “Olav is echt een beer, dat is een toekomstige topper. Qua schot moet het nog wat verfijnder, maar als je zijn drive en power ziet: dat is echt geweldig. Ik zie dat hij nu vooral veel krachttraining doet, hij oogt echt sterk en afgetraind. Ik denk dat hij daar de winst kan maken, die nog nodig is.”

“En wat betreft Anna Kriek: die is zó allround. Het is een speelster voor de toekomst die echt alles kan; en dat is best bijzonder. Ik hoop dat het ze allebei lukt om door te groeien. Maar je weet nooit waar iemand zijn 'max' ligt, dat ligt aan zoveel factoren. Hoe is je omgeving, hoe is je levensstijl? Ik zeg ook altijd tegen mijn dochters dat je niks over de toekomst moet zeggen. Je moet er gewoon keihard voor werken, dan zie je vanzelf wat het maximaal haalbare is. Dat probeer ik als trainer van CKV Nieuwerkerk ook over te brengen”, sluit Simons af.

Foto: Wim Timmer

Datum: 17 juli 2020 uur
Door: Redactie Korfbal.nl