Hoe gaat het nu met Rini van der Laan?

Hoe gaat het nu met Rini van der Laan?

Korfbal

In deze korfballoze periode denken we graag terug aan het afgelopen seizoen van de Korfbal League. De briljante acties, geweldige scores en fantastische ambiances staan nog vers in het geheugen. Maar hoe gaat het met de korfballers van weleer? Hoe gaat het nu met ... Rini van der Laan?

De plakboeken haalde Van der Laan maar uit de kast. “Het is alweer een tijdje geleden, ik weet niet álles meer.” Wel weet ze dat ze op haar achtste begon met korfballen. “Eerder mocht ook niet. Een vriendinnetje sleepte me mee. Ik beoefende veel sporten – tennissen en voetballen deed ik ook – maar koos uiteindelijk voor korfbal. Waarom? Het is gemengd en een teamsport. Later pas merkte ik dat ik het wel leuk deed.”

De basis werd gelegd bij het voormalig Amsterdamse LUTO (een van de clubs die betrokken was bij de fusie van Triaz), daar heeft Van der Laan naar eigen zeggen een goede opleiding gehad. “Jarenlang heeft Frans Walvis me getraind en geholpen. Hij kon goed omgaan met mensen, hij maakte je echt beter. Daardoor ging ik met plezier naar trainen”, spreekt de oud-korfbalster positief. In 1982 was het wel tijd voor een nieuwe stap, naar Blauw-Wit. “LUTO was gedegradeerd, maar ik wilde op het hoogste niveau blijven spelen. En mijn echtgenoot (Wim van der Laan, red.) speelde daar, dat maakte de keuze wat makkelijker.” Ze is dus voor twee clubs uitgekomen, maar beiden draagt ze een warm hart toe. “LUTO heeft me gevormd, ik speelde daar al in het eerste op mijn vijftiende, bij Blauw-Wit heb ik het afgemaakt.”

Speelster van de Eeuw
En hoe. Ze won meerdere keren de award ‘Speelster van het jaar’. “Dat is altijd mooi”, vertelt Van der Laan enthousiast. “De eerste keer is natuurlijk leuk, maar de vijfde keer nog steeds hoor. Daarbij moet ik wel zeggen dat korfbal een teamsport is en blijft, je moet de juiste mensen naast je hebben om tot zo’n prestatie te komen”, nuanceert de voormalig topspeelster. “Mijn specialiteit was dat ik de echte wil had om het beste uit mezelf te halen. Elke wedstrijd weer. Ja, dat zat soms tegen het egoïsme aan, maar dat heb je ook wel nodig, zeker als aanvalster. Verdedigend nam ik bijvoorbeeld altijd de iets mindere dame, om me te kunnen focussen op de aanval.”

Al die individuele prijzen brachten haar ook de eretitel ‘Speelster van de Eeuw’. Daar is ze vanzelfsprekend erg trots op. Maar of ze het ook terecht vindt? “Ik ben door anderen verkozen, dus dat is een mooie erkenning van anderen. Andere korfbalsters hadden hem alleen ook kunnen winnen. Corrie Euser en Griet Bergsma waren ook erg goed, we zaten altijd dichtbij elkaar. Het was spannend. Ik ben trots dat ik de titel op mijn naam heb, dat doet je wel veel.”

Individuele prijzen heeft Van der Laan genoeg, alleen heeft ze nooit een zaaltitel gewonnen met Blauw-Wit. Dat zal hoe dan ook altijd een beetje pijn doen. “Maar echt een naar gevoel heb ik er niet aan over gehouden. Natuurlijk is het niet leuk om drie keer te verliezen in Ahoy, maar op dat moment was het al prachtig dat je er stond. Die drie wedstrijden hebben we ook terecht verloren, overigens.” Een kleine troostprijs won ze wel, namelijk de veldtitel in 1996. “Dat is misschien wel een kroon op het individuele werk. De veldtitel is even goed een prijs. Later toen ik in het tweede ging afbouwen, werd ik Nederlands kampioen. Daar had ook nog ik veel plezier. Dus puur terugkijkend, als speelster heb ik een mooie carrière gehad. Ik zou het zo weer overdoen.”

Trainer bij Blauw-Wit
Van der Laan is direct het trainersvak in gegaan, beginnend bij de junioren. “Dat deed ik drie jaar. In het laatste jaar werden we Nederlands Kampioen in Sporthal Zuid. Dat was een mooi moment.” De vervolgstap was het tweede, wat ze een paar jaar gedaan heeft. Toen Roda Westzaan aanklopte, wilde Van der Laan die uitdaging wel aangaan. “Maar dat is me niet zo goed bevallen. Ik miste het hoogste niveau. Toen besloot ik weer terug te keren naar Blauw-Wit.”

Ze ging eerst verder bij het tweede, maar werd al gauw voor de leeuwen gegooid bij het eerste omdat Frits Haan na één wedstrijd vertrok bij de Amsterdamse club. “Daar had ik niet voor gekozen, maar op dat moment moesten we wel verder gaan. We – ik deed het eerste samen met Arjen Blankenstein – deden het niet eens zo slecht, we kwamen net een puntje te kort voor de play-offs. Dat jaar erna nam Barry (Schep, red.) het stokje over.”

Van der Laan assisteerde de jonge coach, maar besloot anderhalf jaar geleden toch te te stoppen. “Even geen korfbal meer.” Lang van haar ‘pensioen’ kon ze niet genieten, want een jaar later werd ze gevraagd om als interim-coach verder te gaan bij het tweede. “Zijdelings was ik altijd nog betrokken. En ik wilde de club helpen. Zodoende wonnen we ook nog de zaal- en veldtitel.”

Is het dan nu klaar? Nee, korfbal zegt ze voorlopig geen gedag. “Het afgelopen half jaar is me goed bevallen en volgend jaar ga ik aan de slag als individueel trainer. Dat ga ik een jaar doen, daarna zie ik het wel. Ambities als hoofdcoach heb ik niet, maar bij korfbal blijf je altijd betrokken”, sluit Van der Laan af.

 

Datum: 3 augustus 2018 - 23:00 uur
Door: Redactie Korfbal.nl