Polen: Who to Watch?

Polen: Who to Watch?

Internationale projecten

In Nederland breken talenten aan de lopende band door. Voor de mensen die de Korfbal League en de (junioren) Hoofdklasse volgen, zijn dat meestal weinig verrassende namen. Maar ook in het buitenland staat de jeugd niet stil. In een serie neemt Korfbal. andere korfballanden onder de loep, op zoek naar talent. In deel I: Polen.

De situatie in Polen is iets anders, dan wat we hier in Nederland gewend zijn. Daar zijn überhaupt maar vier teams. In Warschau spelen WUM, de huidige landskampioen en hofleverancier van het nationale team, en Megasport, een team met veel oudere spelers. In de omgeving van Wroclaw speelt een studententeam, met afstand het minste team van het land, en huidige nummer twee van het land; Balluf. Daarnaast speelt Polen U19 mee in de competitie, buiten mededinging.

Daarmee is de huidige staat van het Poolse korfbal eigenlijk in een notendop samengevat. Waar er voorheen nog 10 teams waren in de competitie, is het nu eigenlijk al vijf over twaalf. In oktober staat er dan ook een conferentie gepland waarin alle betrokkenen van het Pools korfbal samen tot een concreet plan hopen te komen. Het korfbal in Polen is prima gefaciliteerd, er wordt geld ingestopt vanuit de overheid, maar het is duidelijk dat er iets moet gebeuren om ervoor te zorgen dat het Poolse korfbal niet compleet verdwijnt.

En dat terwijl het team in de 21e eeuw toch enigszins leek te groeien. In de jaren ’90 was er een groep die flink begon te trainen, en met resultaat. Vanaf 1999 was het Pools nationaal team op alle EK’s en WK’s aanwezig, met uitzondering van het EK van 2006. De sterren van die generatie waren Artur Dabrowski en Andrzej Czyzak, zij waren de mannen die het nationale team op sleeptouw namen in die tijd.

Maar tijden veranderen. Czyzak (44) en Dabrowski (46) zijn sinds respectievelijk 2010 en 2007 geen internationals meer. Hun opvolgers waren Krzysztof Rubinkowski (32) en Maciej Zak (31). Zak is op dit moment nog steeds de beste speler van de Poolse competitie, maar is bij het nationale team inmiddels assistent van de Nederlander Roelof Koopmans. Hij leidt Zak op om op termijn het stokje van bondscoach over te nemen. Rubinkowski is een van de weinige Poolse heren die flink wat over heeft qua lengte, en daardoor kan Koopmans eigenlijk niet om hem heen. Doordat de generatie van Rubinkowski en Zak haast geïndoctrineerd is wat betreft het spelen vanuit de 2-2 en Rubinkowski een flinke persoonlijkheid heeft, heeft Koopmans nu besloten het over een andere boeg te gooien.

Ondanks dat het kwaliteitsverschil tussen de heren en de dames heel groot is, klopt er nu ook een Poolse dame op de deur. Tamara Siemieniuk is de absolute uitblinkster, ondanks dat zij pas 22 is. Ook bij de mannen zit er een jong talent bij, Rafal Diadik. Hij volgde Rubinkowski op als aanvoerder, en is met zijn 23 jaar het uithangbord van de Polen. Duidelijk is dat Diadik het grootste natuurlijke talent is en dus ook de beste korfballer, maar het verbeterpunt voor hem zit hem vooral in het onderdrukken van zijn emoties. Met de expressieve Rubinkowski als voormalig rolmodel is voor Koopmans de grootste uitdaging om Diadik in toom te houden en hem ervan bewust te maken dat het aanvoerderschap meer omhelst dan alleen commentaar geven op de leiding.

Zoals gezegd is Sieminiuk de beste speelster van Polen. Niet geheel toevallig, zo blijkt. “In 1987 gingen een aantal Poolse studenten naar Nederland om korfbal te leren spelen. Ondertussen was er ook een korfbalkamp in Polen, geleid door Nederlanders. Zij startten de Academy Polish Korfball Federation. Eén van de studenten die naar Nederland ging en bij de oprichting van de federatie betrokken was, was mijn moeder. Zij heet dus eigenlijk aan de wieg gestaan van het ontstaan van korfbal in Polen”, vertelt Sieminiuk trots.

Omdat haar moeder ook gymlerares was op de school van Tamara, korfbalt ze al van kinds af aan. Met als gevolg dat ze nu, op nog jonge leeftijd, de belangrijkste dame van haar team is. Is de stap naar Nederland er één die Sieminiuk in haar achterhoofd houdt? “Natuurlijk heb ik wel eens gedacht aan de Korfbal League, zoals elke speler. Voorheen leek spelen in Nederland me haast onmogelijk. Dankzij de gigantische support van Roelof (Koopmans, red.) kom ik steeds een stapje dichterbij dit doel. Ik hoop op het beste”, houdt ze zich op de vlakte. Volgend jaar gaat Sieminiuk sowieso de stap naar Nederland wagen, maar of ze dan in de Korfbal League te bewonderen is? “Een club in het noorden”, is alles wat ze erover kwijt wil. “Als ik hierheen zou komen, zou ik het eerst voor één jaar willen proberen en daarna weer verder kijken. Vanuit korfbalperspectief is het een fantastische kans, maar gezien mijn baan als voedingsdeskundige is het de vraag wat er haalbaar/mogelijk is.”

Voor komend seizoen blijft ze in ieder geval actief in Polen. “Het belangrijkste voor het korfbal in Polen is dat de competitie van een hoger niveau wordt. Er moet een brede basis komen met spelers die de plekken in het nationale team kunnen invullen”, legt ze uit. Daar zit echter het grote probleem; het gebrek aan spelers. “Toch gaat het wel de goede kant op, hoor. Roelof en de Poolse korfbalfederatie doen heel erg hun best om het allemaal van de grond te krijgen. Polen is een groot land, dus ik hoop dat we wat meer aan promotie gaan doen om mensen aan te moedigen om te gaan korfballen.”

Plannen voor de toekomst heeft Sieminiuk genoeg. “Waar ik over 10 jaar sta? Ik kijk niet verder dan vijf jaar vooruit. Ik denk dat dat voor elke speler uit het Pools nationale team een heel moeilijke vraag is. Ik wil in ieder geval zo lang mogelijk in het nationale team blijven spelen en de beste Poolse korfbalprestaties neerzetten. Daarnaast heb ik plannen om de nationale ploeg U21 te gaan coachen. In de verdere toekomst hoop ik als coach ervaring op te doen in het buitenland, en samen met mijn vriend de sport over de hele wereld bekender te maken.”

Datum: 25 augustus 2017 - 14:00 uur
Door: Redactie Korfbal.