Skip to the main content

Scholtmeijer: ‘We hebben nieuwe grenzen opgezocht’

TeamNL Korfbal Topkorfbal

Zeven jaar lang was Wim Scholtmeijer de keuzeheer van TeamNL Korfbal. Met Papendal als uitvalsbasis won Oranje onder zijn leiding de World Games (2017), twee WK’s (2015, 2019) en drie EK’s (2014, 2016, 2018). Door het verplaatsen van het EK in november naar volgend jaar, kwam zijn aangekondigde afscheid eerder dan verwacht en focust hij zich per 1 september volledig op zijn nieuwe club PKC/Vertom. Afgelopen week nam de geboren Drent en huidige inwoner van Den Haag afscheid van de spelersgroep.  “Doen wat verder niemand in het korfbal doet heb ik altijd gezien als een verantwoordelijkheid.”

Op 1 januari 2014 trad je aan als bondscoach. Bij de aankondiging van je vertrek gaf je aan dat die aanstelling destijds enigszins verrassend was. Waarom?

“Omdat ik als coach nog niet jarenlang op het hoogste niveau had geacteerd, zoals mijn voorgangers dat wel gedaan hadden. Ik was coach van Jong Oranje – had daarvoor U19 en U16 gedaan – en het was zeker wel míjn doel, maar het was dus geen doorsnee keuze van het KNKV.”

Met welke opdracht ging je zeven jaar geleden aan de slag?

“Ik was bij Jong Oranje begonnen met het creëren van een topsportomgeving en dat wilde ik ook bij het grote Oranje gaan neerzetten. Van sporters als bijvoorbeeld Sven Kramer werden er destijds gelikte beelden van hun training en leefwijze gemaakt. Ik wilde ernaar toe dat als mijn spelers zulke beelden zagen, ze dachten: dat doen wij ook. We gingen op Papendal trainen, een échte topsportomgeving, en ik wilde dat er geen verschil zou zijn tussen ons en de andere topsporters.”

Hoe was het programma van TeamNL Korfbal bij jouw komst?

“Dat was in ontwikkeling. In mijn laatste periode als international waren we meer gaan trainen, vooral in aanloop naar een groot toernooi. Ik wilde destijds nog veel meer trainen, maar die faciliteiten waren er eigenlijk niet. Als coach van Jong Oranje kwam ik met het sterke geluid om de programma’s sterker neer te zetten. Van het KNKV kreeg ik vervolgens de opdracht  om te bouwen aan een volwaardig topsportprogramma, waarbij we blijvend de beste moesten zijn. Ik wilde niet alleen naar de situatie dat korfbal een fulltime baan was en de internationals daar hun leven en gedrag op aanpasten, maar wilde ook dingen anders aanpakken. Het loslaten van oude patronen is in mijn laatste fase bij Jong Oranje enorm aangewakkerd.”

Wat liet je dan bijvoorbeeld los?

“Bijvoorbeeld de vaste spelpatronen. We speelden eerst ook gewoon een vast spelletje met een rebound, aangeef en spits en vaste ballijnen, maar daar stapten Wouter Blok en ik helemaal vanaf. Als je alles durft los te laten, kom je tot een spel dat je vooraf niet bedacht kunt hebben. Die ontwikkeling met Jong Oranje was te gek en tegelijkertijd waren we in die tijd een beetje naïef. Aan die fantastische periode hangt dan ook het verlies van een EK-finale in Tsjechië vast. Toen ik bij TeamNL Korfbal kwam, was het zaak om de gearriveerde spelers mee te krijgen in m’n werkwijze. Het verlies van die laatste finale hielp daar niet erg bij mee.”

Je was 31 toen je bondscoach werd. Hoe was het om mensen te coachen waar je zelf nog mee en tegen gespeeld had?

“Daar heb ik geen moeite mee gehad. Ik ben met spelers als Jos Rooseboom, Tim Bakker, Suzanne Struik gaan zitten en heb ze aangegeven wat ze van mij konden verwachten en wat ik van hen vroeg. Ik wilde bijvoorbeeld dat Jos en Tim, die gewend waren om bij elkaar op de kamer te slapen, juist de verbinding in de groep in de gaten zouden houden. Daar zaten ze positief in. Ik denk dat ze die nieuwe werkwijze ook wel mooi vonden.”

Waar bestond die nieuwe lijn nog meer uit naast het spelen van een ander spel?

“We gingen stapje voor stapje het programma verbeteren en begonnen daarin met het meten van de belastbaarheid van de spelers. We begonnen met hartslagmetingen, zaten met i-padjes langs de kant. Die eerste fase voelde echt als aftasten. Scorende vrouwen vormen de basis van mijn spel, ook dat was een omschakeling. Het moest allemaal vorm krijgen en het EK in Portugal was al snel daar. Ik voelde veel druk, maar toen dat toernooi gespeeld was, had ik het gevoel de groep te ‘hebben’.”

Kwam die druk van de buitenwacht of van jezelf?

“Van allebei. Als je in korfballand een afwijkende mening hebt, zet een bepaalde groep zich daar snel tegen af. Most young kings get their head cut off. Zorg eerst maar eens dat je wint, was destijds het geluid. Zoals ik nu eerst maar eens moet zorgen dat ik kampioen word met PKC. Toen we het EK wonnen, kwam het WK 2015 in België. Achteraf gezien voelt de eerste sessie richting dat toernooi als de échte start van mijn bondscoachschap. Rondom dat WK is die documentaire gemaakt en daarin wordt de startsessie gefilmd, waarin ik de spelers duidelijk maak dat we voor een uitdaging stonden die we nog niet eerder hadden meegemaakt. Met het vooruitzicht op ongelooflijk veel weerstand in de Lotto Arena kwam er vanaf dat moment een commitment in de groep, dat ik later niet meer zo heb meegemaakt. Die noodzaak is er daarna ook minder geweest. Ik vond het mooi dat we voor ons laatste toernooi weer naar de Lotto Arena zouden gaan, maar het heeft niet zo mogen zijn.”

Zorgde het feit dat in 2015 alles op beeld werd vastgelegd nog voor extra druk?

“Nee, dat vond ik juist wel leuk. Ik was trots op wat we al hadden staan en die jongens mochten dan ook overal bij zijn. Ik wilde laten zien wat we doen en daarmee ook buiten onze eigen sport treden.”

Assistent Leon Braunstahl vertelde al hoe jullie het programma bleven doorontwikkelen, maar na die WK-finale in 2015 werd de weerstand relatief gezien minder. Hoe ging je om met die tegenstelling?

“Als je de beste van de wereld bent, waar zoek je dan de uitdaging in? Dan kan ik de spelers vragen wat ze willen, maar we hebben ervoor gekozen om onszelf en de spelers over die grens heen te blijven duwen, om een voorbeeld te zijn voor de Nederlandse en daarmee ook de wereldwijde korfbalsport. Doen wat verder niemand in het korfbal doet heb ik altijd gezien als een verantwoordelijkheid. We zijn de enige echte professionele sporters in de korfbalwereld, dan zijn we toch gek als we doen wat de rest ook doet?”

Op welke manier bleven jullie die uitdaging vinden?

“Dat zat ‘m zowel in spel- als in programmadoelen. Richting Antwerpen lag de nadruk op ‘samen’. Het hoefde niet mooi, we moesten daar gewoon winnen. Daarna hebben we geprobeerd te bewijzen dat we dingen konden, waarvan men zei dat het ons niet zo lukken. In de EK-finale van 2016 speelden we een geweldige eerste helft, waarin we België verdedigend helemaal lamlegden. Richting het EK van 2018 gingen we voor een aanvalspercentage van vijftig procent. Dat haalden we die finale niet, maar tijdens de WK-finale in 2019 wel. Tijdens die laatste finale speelden we sowieso fantastisch, maar door de entourage van dat toernooi sneeuwde dat een beetje onder. Daar hebben we ook echt het uiterste uit onszelf gehaald. Wat betreft het programma: naast alles meten hebben we krachttraining en voeding volledig ingebouwd. Het zat ‘m ook in andere zaken, waarin we een voorbeeld wilden zijn. Zo gingen we zelf onze eigen strafworpen nemen. Op de vraag waarom konden we aangeven dat gelijkheid van man en vrouw in onze sport een belangrijk thema is. Met op die manier doen wat niemand doet hebben we ook geprobeerd het verhaal van onze sport te vertellen.”

Waar haalde je je kennis en informatie vandaan?

“Ik heb acht jaar het Mastercoach-traject van NOC*NSF mogen volgen. In mijn eerste jaren luisterde ik vooral en later was het ontvangen én zenden. Met name met de bondscoaches van andere teamsporten heb ik een goed contact, dat is ook echt dezelfde bloedgroep. In 2017 was het na veel theorie tijd voor een praktijksessie en ging ik vanuit NOC*NSF mee op een stage van de hockeymannen. Ik zag hoe Max Caldas met dezelfde thema’s als ik te maken had en hoe hij daar mee omging. Daar hadden we dan hele discussies over, dat was werelds. Ook over het spel zelf: hij vroeg me waarom we altijd rondspeelden voor we tot echt aanvallen overgingen. Ik vroeg hem waarom het scoringspercentage van de strafcorner zo laag ligt, terwijl je als aanvallende partij toch altijd een flink overtal hebt. Die stage is wel een kantelpunt in m’n denken en carrière geweest. Ook iemand als Raymond Verheijen heeft een grote invloed op me gehad. Hij heeft één keer in z’n carrière een sessie buiten het voetbal gegeven. Dat was op verzoek van Ben Crum in Dordrecht. Hij gaf een ordening van de acties in het voetbal. Wat doen we nu eigenlijk? Die lijn heb ik doorgetrokken in mijn korfbaldenken.”

Wat hebben die andere coaches van jou geleerd?

“Vooral het helpen ordenen van hun eigen gedachten. Als coach heb je altijd veel twijfels en dan helpt het als iemand van buitenaf je zijn of haar vragen voorlegt. Ik heb geleerd dat hoe meer kennis je krijgt, hoe minder zeker je bent van dingen. Als bondscoach van Jong Oranje wist ik precies hoe het moest, dacht ik toen. Zo had ik het toch geleerd van m’n vader en m’n trainers? Dat loslaten is fantastisch, maar het brengt wel met zich mee dat je de hele dag kunt piekeren en twijfelen. Dan helpen zulke gesprekken.”

In hoeverre ben je erin geslaagd om de gehele Nederlandse korfbalsport van jouw en de externe kennis te laten profiteren?

“Ik ben trots op wat we bij TeamNL Korfbal hebben neergezet. Voor mij is dit het maximale in een hybride programma met de clubs met uiteraard hun eigen belangen en een klein internationaal speelveld. Die ‘Sven Kramer-opdracht’ heb ik dus voor mezelf gehaald. Daarbij heb ik altijd laten zien wat we deden, zonder mensen iets op te leggen. Ik heb voorzetten gegeven en iedereen is welkom geweest, maar dan komt het er ook op aan hoeveel men komt halen. Ik denk dat onze speel- en trainwijze wel navolging heeft gekregen. In het begin ging iedereen ineens dynamisch spelen, zonder dat we eigenlijk wisten wat daar precies het nut van is. Schoot plotseling iedereen elke bal en daalden de schotpercentages dramatisch. Mooi voorbeeldje van navolging is de warming-up die we deden. In de oude warming-up namen we wat doorloopballen en schoten, waarna we in de wedstrijd pas het eerste rebound- en één tegen éénduel aangingen. Daar zijn we mee aan de slag gegaan en nu doet iedereen die spel-warming-up. Met TeamNL Korfbal heb je altijd invloed.”

Nu heb je zowel als speler als coach van TeamNL Korfbal alle internationale toernooien gewonnen. Welke toernooi springt eruit voor jou?

“Het WK 2015 zonder twijfel, maar een jaar later speelden we in Dordrecht en waren we verdedigend echt fantastisch. Alleen was dat toernooi de sfeer in de groep wat minder en zulke zaken blijven je ook bij. In Dordrecht was de noodzaak tot ‘wij’ minder aanwezig en dus werd wie weer belangrijker wie er in de basis kwam. Gedrag is contextafhankelijk. Daar leer je als coach ook weer van.”

Waar ben je het meest trots op?

“Ik ben trots op het spel dat we op de al genoemde momenten hebben laten zien. Dat we de korfbalwereld hebben laten zien wat er mogelijk is, ook op trainingsgebied. Het waardevolle zit ‘m ook in de relatie met de staf en spelers. Leon noemde het ook al, maar als je nu Laurens (Leeuwenhoek) als vader ziet, dat is geweldig. Of neem Celeste (Split), die van een stil meisje is uitgegroeid tot de beste vrouw die we ooit hebben gehad met een heel steady persoonlijkheid. Ook met Marjolijn (Kroon) heb ik bijzondere gesprekken gehad. De trip naar China in 2018 was fantastisch, net zoals alle stages X. Mijn opa zei altijd: blijdschap is vloeibaar. Het geluk zit ‘m in veel, soms ongrijpbare momentjes.”

Zijn er dingen die je achteraf anders gedaan zou hebben?

“Ik zou het achteraf niet anders gedaan hebben, maar als ik mezelf zo verkocht had als ik de sport verkocht heb, zou ik nu nog bondscoach zijn. Dan had ik meer likeable moeten zijn, maar ik heb er bewust voor gekozen geen rolletje te spelen. In mijn rol als bondscoach voelde ik me in korfbalkantines bijvoorbeeld vaak niet zo comfortabel. Dit omdat ik vaak niet weet om welke reden mensen met je in gesprek gaan. Vaak zijn mensen niet in mij geïnteresseerd, maar willen ze even laten zien dat ze met de bondscoach in gesprek zijn. Ik ben niet een enorm gevoelsmens, maar daar ben ik wel scherp op. Omdat ik altijd met die afweging zit, ben ik dus gewoon niet zo goed in zulke settings en dus vermijd ik die liever. Ik heb daar geen spelletjes in gespeeld en heb me op m’n taak gefocust, maar daardoor creëer je dus wel dat men misschien een bepaald beeld van je heeft.”

Heb je hier ook met andere coaches over gesproken?

“Ja, andere coaches en bondscoaches hebben hier ook mee te maken. Het hoort bij je baan. Alles wat je zegt en doet, wordt gewogen. Daarbij kan een ander geluid laten horen dan mensen gewend zijn, door sommigen worden ervaren als een schop voor hun schenen.

Voor dat andere geluid heb je wel bewust gekozen.

“Ja, en daarbij stond ik klaar voor iedereen die mij vroeg om dat geluid toe te lichten.”

In je beginperiode daagde je expliciet de Belgen uit om ‘alles kapot’ te maken. Ook daarmee kreeg je de ogen extra op je gericht.

“Dat hadden we nodig, was een strategie om het vuurtje een beetje op te stoken. In mijn eerste jaren was ik meer bezig met het verkopen van de sport dan in de laatste jaren. Het is zoals het is. Wij zijn beter dan de rest en daarom hebben we nieuwe grenzen opgezocht. We hebben het verhaal meer gericht op onszelf en de waarden van onze sport dan op onze tegenstand.”

Met de einddatum in zicht hebben je assistenten Jennifer Tromp en Leon Braunstahl al teruggeblikt. Met name met Leon heb je lang samengewerkt.

“Leon is voor mij van levensbelang geweest, omdat hij alles is wat ik niet ben. Ik ben introvert, hij extravert. Als ik dan de koude ben, is hij de warme. Waar ik op hoofdlijnen zat, zat hij op details. Als fysiotherapeut had hij een vertrouwensband met veel spelers en die behield hij als assistent-coach. Vanaf het eerste moment hebben we elkaar getriggerd om alles uit het programma te halen wat er gezien de omstandigheden inzat. Leon heeft erg veel kennis van het lichaam en toen hij in aanraking kwam met de theorie van bijvoorbeeld Raymond Verheijen en de actietheorie vanuit het KNKV hebben we onophoudelijk naar betere trainingsopbouw en -vormen gezocht. Al gauw hadden we aan een half woord genoeg. Ik vertrouw en waardeer ‘m heel erg. We komen nu allebei in een nieuwe fase en wat we met elkaar kunnen delen, delen we.”

En Jennifer?

“Dat vertrouwen was er ook richting Jennifer. Je weet precies wat je aan haar hebt. Soms moet je door haar directheid even slikken, maar wat ze zegt is altijd van waarde. Net als Leon had zij een verbindende rol. Straks bij PKC, waar het echt gaat om wedstrijden winnen, zal ik ook veel aan haar hebben. Dat het op deze manier eindigt bij TeamNL Korfbal is jammer – ik had heel graag geëindigd met een omhelzing zonder woorden in Antwerpen -, maar ik ben blij dat ik met Jennifer door kan bij PKC. Ja, PKC – TOP wordt Wim en Jennifer tegen Leon en Peter (Boeren, teammanager). Dat voelt inderdaad als een extra uitdaging. Ook personen als Ada (Jansen, fysiotherapeut) en Albert (Nijenhuis, vroegere teammanager) zijn voor mij trouwens van grote waarde geweest. Ook hun oordeel heb ik altijd meegewogen.”

Hoe ziet naast PKC je toekomst eruit?

“Ik blijf graag in de nationale topsport werkzaam en daarin zoek ik m’n vervolgstappen. Voor m’n eigen ontwikkeling is het ook goed om buiten m’n eigen sport te treden.”

Woensdag was in Wijk aan Zee het afscheid van de groep. Inmiddels hebben Jennifer, Leon en jij ook de groepsapp ‘TEAMNL KORFBAL’ verlaten.

“Het afscheid van de groep voelde voor mij – niet vervelend bedoeld – als een moetje. Ik hou niet van afscheid nemen en vertrek het liefst door de achterdeur. Uiteraard is het goed om nog een laatste keer bij elkaar te zijn, de laatste dingen te zeggen – en het was ook leuk -, maar de mooiste dingen zijn onderweg al beleefd. De weg naar het paradijs blijft nu eenmaal het paradijs. De dag erna stapte ik uit de groepsapp en bijzonder genoeg kwam toen eigenlijk de emotie vrij. Ik heb iedereen in die app er ooit zelf in gezet en nu nam ik er zelf afscheid van. Dat klinkt misschien gek, maar op zo’n moment ben je alleen en komt alles nog eens voorbij. Daar zat voor mij de echte punt. De laatste boodschap die ik het team heb meegegeven: Be better.”

Foto: Marco Spelten, Actiefotografie.nl

Gerelateerde artikelen

VIDEO: RTC Noord U19
Evenementen Topkorfbal
VIDEO: RTC Noord U19

RTC Noord U19 kwam in actie tijdens de Korfbal Challenge 2019. We volgden Noord in de jacht op een finaleplek en tijdens de bekendmaking en presentatie van Nederland U19.

Lees meer
Hoek en Van der Steen brengen Fortuna landstitel
Korfbal League Topkorfbal
Hoek en Van der Steen brengen Fortuna landstitel

Fortuna/Delta Logistiek heeft zaterdag de Korfbal Leaguefinale van PKC/SWKGroep met 21-19 gewonnen. In de Ziggo Dome was het spannend tot het einde, maar werd Fortuna de nieuwe landskampioen van Nederland.

Lees meer
Finale Goal van het Jaar - Mannen
Korfbal League Topkorfbal
Finale Goal van het Jaar - Mannen

Het Korfbal Leagueseizoen kende geen slot en dus ook geen kampioen en geen Korfbal Leagueverkiezingen. Wel brengt Korfbal.nl een aangepaste verkiezing voor de Goal van het Jaar, een publieksprijs. We zijn toe aan de grote finale! Wie van deze vier mannen maakte volgens jullie het mooiste doelpunt van seizoen 2019/2020?

Lees meer

Topartikelen

Korfbal League Topkorfbal
Recap #7: Eerste zege Oost-Arnhem in Korfbal League, doelpuntrijk gelijkspel in Gorredijk
Korfbal League Topkorfbal
Goal van de Week #6